Lees hier de algemene info over katten, zodat je beter kan begrijpen hoe je je kat moet verzorgen, of als je iets wilt bijleren!
De kat (Felis silvestris catus) is een van oudste huisdieren van de mens. Het is een vleesetend zoogdier uit de familie van de katachtigen (Felidae), waaronder ook de ocelot, lynx, poema, leeuw, tijger, luipaard, jaguar en de sneeuwpanter. Ze stammen voornamelijk af van de Afrikaanse wilde kat. Die werden aangetrokken door muizen en ratten die dan ook werd aangetrokken door de oogst van de mensen in het Midden Oosten. Ze vonden daar makkelijk prooi en gingen dus korter bij mensen wonen. Dat stoorde de mensen natuurlijk niet want de kleine beestjes die hun oogst aten was nu veel minder. Natuurlijk kon de mens uit ook niet weerstaan om de schattige beestjes te willen aaien en als huisdier willen houden. Zo werden die wilde katten gedomesticeerd, en werden het huiskatten. Vanuit het Midden Oosten werden ze vooral naar Europa gebracht, en zo verder naar de andere werelddelen. Of dat is toch was sommige denken. In 2025 hebben 2 Italianen eerder gevonden door een nieuw DNA-onderzoek dat de Europese huiskatten afstammen van Egyptische katten, en dan via de Romeinen naar Europa zijn gebracht.
Afbeelding: linksboven: lynx, linksonder: ocelot, rechts: luipaard
Het skelet bestaat uit 250 botten. Zoals alle andere roofdieren zijn katten gebouwd om op prooien te jagen en ze te verslinden.
Afbeelding: schedel van een kat
Katten hebben een vrije ronde kop en een korte snuit, grote ogen, gevoelige snorharen bij de mond, en scherpe omhoogstande oren. Ze hebben korte brede kaken met sterke knipkiezen en scherpe snijtanden. In totaal hebben ze 30 tanden. Hun kaak kan geen kauwbeweging maken gelijk de mens, ze verscheuren hun voedsel en gebruikt het zeer sterke maagzuur om eten te verteren. De tong is bedekt met laag ruwe papillen die ze gebruiken om zichzelf te wassen. Wanneer ze ons likken, voelt dan zeer ruw en als schuurpapier. Heb je een poes, heb je nog minder geluk want hun tong is ruwer dan die van een kater, om haar kittens beter te verzorgen.
Katten hebben 5 tenen aan de voorpoten en 4 aan de achterpoten. 1 van de tenen op de voorpoten bevindt zich wat hoger, die word gebruikt bij het verzorgen en bij het grijpen van een prooi. Aan de uiteinden van de tenen bevinden zich sterke, scherpe en gebogen klauwen/nagels. De nagels kunnen ze intrekken. Dit mechanisme is een specifiek kenmerk van de kattenfamilie. Door de nagels te scherpen aan bomen, krabpalen,... houden ze hun nagels zeer scherp. De zijkanten die uitgroeien komen dan los te zitten en worden met de tanden verwijderd waardoor ze op lengte blijven met een scherp punt.
Afbeelding: poot van een kat
De staart is een onderdeel van een kat zijn ruggengraat, juist gelijk ons staartbeentje een onderdeel van onze ruggengraat is. De staart word gebruikt als communicatie tussen soortgenoten, en is belangrijk bij het behouden van hun evenwicht. Als communicatie laten ze zien hoe ze zich voelen, gelijk een lage staart tussen de benen betekent dat ze schrik hebben, gelijk honden. Een hoge, rechte staart wanneer ze naar je toe komen wilt zeggen dat ze blij zijn je te zien. Door de flexibele ruggengraat kan de kat zich bij een val omdraaien en op zijn 4 poten terechtkomen. Deze val moet uiteraard wel hoog genoeg zijn dat de kat kan reageren, hun reflexes zijn wel redelijk snel. Hun reactietijd is 0-70 milliseconden, terwijl de gemiddelde reactietijd van een mens 150-300 milliseconden is. Dat wil zeggen dat in de tijd wij nog maar geknippert hebben met onze ogen, de kat al weg kan zijn. Er bestaan wel katten zonder staart. Deze katten hebben wel geen evenwichtsproblemen, want het belangrijkste voor hun evenwicht is in het middenoor.
Dit is eigenlijk een mooi woord van hun dikke hangbuik. Dit wel niet enkel omdat ze te veel eten, deze heeft effectief functies. De kat kan zo beweeglijk blijven, zo kan de kat veel eten zonder dat de huid gespannen word en het zorgt voor extra bescherming bij gevechten waarbij vaak met de achterpoten word getrapt. Daar zitten ook hun belangrijke organen.
Afbeelding: de primordiaal etui van een kat
Katten kunnen goed in het donker zien, en dat komt omdat ze meer staafjes (cellen in de ogen die lichtintensiteit kunnen detecteren) dan kegeltjes (cellen in de ogen die kleuren kunnen zien) hebben in hun ogen. Bij volkomen duisternis zien ze wel niks. Ze kunnen moeilijk kleuren onderscheiden, maar zijn niet kleurenblind. Mogelijk zien ze ook ultraviolet licht, dit is echter niet bevestigd. Het gezichtsveld van een kat is 285°, dat van een mens is 210°. De pupillen hebben een verticale spleet als vorm. Het oog wordt beschermd door een derde ooglid, het knipvlies. Bij weinig licht vergroten de pupillen. Dit kan ook bij hoge emoties, gelijk angst, of wanneer ze gefocust zijn. Bij veel licht worden de pupillen terug spleten.
Afbeelding: boven: veel licht en kleine/spleetvormige pupillen, onder: grote pupillen door hoge emoties
Hun oren zijn ook uitstekend goed. Ze kunnen tot 64 kHz horen, wij maar tot 20 kHz. Hun oren draaien ook 180°, dit gebruiken ze om precies te horen waar iets vandaan komt. De snorharen hebben een belangrijke functie, een kat ziet namelijk van dichtbij niet scherp, en vertrouwen op hun super gevoelige snorharen en hun lange haren boven de ogen wanneer ze een prooi hanteren. Een kat zonder snorharen kan dus heel moeilijk prooi vangen. Natuurlijk is hun neus ook uitstekend, met ongeveer 20 miljoen geurcellen, 4 keer zo veel als de mens. Ze ruiken vooral goed stikstof, wat zich in rottend voedsel bevindt. Hierdoor kunnen katten goed eten beoordelen op basis van eetbaarheid. Hondenneusen zijn wel beter ontwikkeld dat van een kat. Een kat heeft ongeveer 500 smaakpapillen, een mens heeft er 9000. Katten laten zich meer leiden door geuren. Katten kunnen onderscheiden tussen zout, zuur en bitter maar hebben geen voorkeur voor zoet.
Katten komen uiteraard in een hoop verschillende kleuren en patronen. Opvallend is dat te pigmenten zwart en rood zich op de X-chromosoom bevinden. Daardoor zijn katten die beide kleuren hebben bijna altijd vrouwelijk. Deze katten noemen dan ook schildpad- of lapjeskatten. 'Bijna', omdat er ook katten zijn met een zeldzame genotype XXY (syndroom van Klinefelter, zie 'Medisch') en ook onvruchtbaar. Verder zijn er vele andere kleur- en patroongenen zoals wit, deels wit, een agoeti-gen, cyperspatronen (tabby in het Engels, een kat met een bepaalde tekening in de vacht, zoals strepen, lijne, stippen of verborgen patronen), een gen dat de onderkant van de haren ontkleurt en partïele albinogenen, die onder meer verantwoordelijk zijn voor de 'siamese kleuring'. Er bestaan ook andere namen voor sommige patronen, voonamelijk tabby, tuxedo en tortoiseshell. De tabby's hebben een unieke 'M' op hun voorhoofd. De tuxedo krijgen hun naam de zwarte bovenkant en witte onderkant.
Afbeelding: linksboven: tortoiseshell kat, linksonder: siamese kat, rechtsboven: tabby kat, rechtsonder: tuxedo kat
Katten kunnen snel korte afstanden afleggen en zijn goede klimmers, maar hebben een beperkt uithoudingsvermogen. Ze houden vaak niet van water, maar kunnen wel goed zwemmen wanneer nodig. Ze jagen door geruisloos hun prooi te besluipen. Wanneer ze dicht genoeg komen, springen ze erop af en vangen ze het met hun scherpe tanden en klauwen. Ze spelen daarna nog wel graag met hun gewond prooi, een kenmerk die bij de kattenfamilie word gezien. Dit is niet omdat ze er plezier uit krijgen, maar om de proof onschadelijk te maken zonder zelf verwondingen op te lopen.
Katten besparen door de dag hun energie. Gemiddeld slapen ze afhankelijk van hun leeftijd 15 tot zelfs bijna 24 uur. Wij slapen meestal 8 uur aan een stuk 's avonds, terwijl katten meerdere kleine dutjes doen doorheen de dag. Meestal slapen ze ook niet diep, dus ookal lijken ze in diepe slaap, worden ze snel wakker. Dit komt omdat als ze in het wild slapen, ze snel wakker kunnen worden om te ontsnappen als ze aangevallen zouden worden.
Mensen hebben ook wel graag katten omdat die zichzelf schoonmaken, en in het algemeen heel schone diertjes zijn. Leeuwen en tijgers doen precies hetzelfde, zichzelf likken met hun tong, vaak voor het slapen of juist na wakker worden. Voor sommige katten kan dit ook een teken van stress zijn, tot het punt dat ze kale plekken krijgen door het te veel schoonmaken. Bij het schoonmaken slikken ze logisch ook veel haren in. Als ze in korte tijd veel haren binnenkrijgen, ontstaan er een haarbal die ze uitbraken.
Katten worden vaak als asociaal gezien. Dit is totaal niet zo, ze worden enkel zo gezien omdat ze communiceren op een onconventionele manier. Als je gewoon de tekens leert herkennen, zal je kat al heel blij zijn. Tussen hun leven ze of solitair of sociaal, afhankelijk van hun situatie. Katten in een omgeving met verspreide voedselbronnen leven ze solitair of in kleine groepen. In een omgeving met meer gecentraliseerde voedselbronnen kunnen ze een grote groepen leven. Vrouwtjes zullen indien mogelijk familiegroepjes maken. Wanneer ze kittens krijgen blijven ook ze vrouwelijk bij de moeder en zo voort, tot een groepje van alleen vrouwtjes. Ze communiceren vaak ook met geluiden. Katten miauwen enkel bij mensen. Wanneer groepen van katten werden onderzocht die geen contact hadden met mensen, werd er gezien dat zij niet miauwde tussen hen. Katten zijn beginnen miauwen om 'terug' te praten tegen ons. Ze 'spinnen' ook, dat is een laag zoemgeluid die meerdere gevoelens uit. Meestal om te laten merken tot ze tevreden zijn, maar het word ook gebruikt wanneer ze onder hoge stress zitten, het helpt hun dan te kalmeren. Voor ons heeft het mogelijk ook een voordeel, omdat ze spinnen op een frequentie gelinkt met het helpen genezen van botten. Langs het feit dat het ons ook helpt kalmeren, gelijk bewezen dat mensen met huisdieren blijer zijn dan mensen zonder.
Er zijn ook verschillende tekens die katten doen die zij ook begrijpen wanneer wij het naar hen doen.
Mensen denken vaak dat katten zichzelf opvoeden, of dat we ze niks kunnen aanleren, maar dat is niet waar. Om slecht gedrag af te leren is het belangrijk om het juiste gedrag aan te leren voordat ze met het slechte beginnen. Straffen heeft een omgekeerd effect bij katten, ze worden er angstig en gestrest van waardoor ze juist meer van dat slecht gedrag tonen. Om ze het juist gedrag aan te leren moeten ze beloond worden voor het goede en het slechte moet genegeerd worden. Het is belangrijk het belonen te doen direct erna, om de beloning te koppelen met het goede gedrag. Straffen werkt bij katten zowieso niet, maar het heeft nog minder nut als je ze gaat straffen nadat het al gebeurt is, gelijk als je thuiskomt met iets kapot. Dit belonen kan soms ervoor zorgen dat katten gaan smeken voor bepaalde dingen, gelijk als je ze beloont voor stil te zetten voor geborsteld te worden, na een tijdje zullen ze beginnen smeken aan de borstel of waar je ze borstelt om snoepjes te krijgen.
Poezen zijn 2-3 per jaar krols(hormonale verandering die ervoor zorgt dat ze drang hebben om te paren), maar dit is heel variabel. De hormonale cyclus is afhankelijk van het aantal uren daglicht, dus het meest van januari tot april, en juni tot september. Tussen oktober en december dus zelden. In goed verlichte huizen zal een kat toch door heel het jaar krols worden. Een cyclus duurt ongeveer 2 weken, 2-4 dagen daarvan zijn ze effectief vruchtbaar. Tijdens deze cyclus zal de poes duidelijk maken dat ze krols is door te 'roepen' naar potentiële partners. De kater zal op die roep antwoorden, zo begrijpen ze onder elkaar dat er goedkeuring is. Een poes en kater kunnen meermalen per dag paren en een poes kan ook door meerdere katers bevrucht worden, dus een nest kittens kunnen van verschillende vaders zijn.
Een poes is gemiddeld 9 weken of 64 dagen zwanger. Na 3 weken worden haar tepels rozerood, waarna het nog 6 weken duurt. Ze krijgen ongeveer een kilo erbij. De weeën beginnen al 6 of meer uur voor het werpen. De poes zal een plek zoeken die zij als veilig ziet om haar kittens te krijgen. Voor binnenkatten die sociaal zijn, kan dit zijn dicht bij haar eigenaars of zelfs in hun bed. Binnenkatten die wat minder sociaal zijn zullen nogsteeds een plekje binnen vinden, maar misschien een meer verstopte plek. Het kan wel eens zijn dat een buitenkat een plek buiten gaat zoeken. De poes zal sneller beginnen ademen en spinnen. De weeën gaan van elk halfuur tot elke 15 seconden. Daarna zal de eerste kitten komen. De poes zal de navelstrend doorbijten en de kitten beginnen likken om de ademhaling om gang te brengen. Poezen zijn eigenlijk perfect capabel om zonder mensen hun kittens te krijgen, het is wel handig als je erbij blijft als ze dat toelaat, om haar te ondersteunen als ze dat toelaat of om ervoor te zorgen dat niks misgaat.
De meeste kittens komen ter wereld met de kop eerst. Bij de geboorte is de kitten doof en blind. Als de moeder de plek niet meer als veilig ziet, zals ze haar kittens naar een nieuwe plek brengen door ze vast te pakken bij de nekspier. Dit doen ze instinctief. Daardoor laten sommige poezen je niet bij haar kittens, omdat ze heel instinctief beschermend zijn over hun kittens. Die nekspier hebben volwassen katten ook, alles na een paar weken doen poezen dat niet meer, dierenartsen gebruiken dit wel bijvoorbeeld omdat deze reflex de kat compleet ontspant. Gemiddeld na 2-16 dagen doen kittens hun ogen open en na 17 dagen werken hun oren. Na 4 weken drinken ze bijna niet meer bij hun moeder en gaan ze gedeeltelijk vast voedsel eten. Na 7 weken kunnen ze zelfstandig eten. Als ze de kans krijgen, blijven veel nog tot 6 maanden bij hun moeder drinken. Na 5-6 weken leert de moeder de kittens zindelijk te worden, en leren ze om de kattenbak te gebruiken. Na 9,12 en 16 weken horen ze hun vaccinaties te krijgen. Daarnaast hebben ze na 8 en 16 weken 2 belangrijke socialisatieperiodes gehad. In Vlaanderen mogen kittens volgens de wet na 12 weken al weg van hun moeder, maar dit word best gedaan na 16 weken. Als de kitten in de eerste 8 weken geen mensen heeft gekent, zal dat later veel moeilijker worden. Je laat ze best nog tot 16 weken bij hun moeders, want tot dan leren ze veel van het afkijken van het grdrag van hun moeder en tijdens spemen met de andere kittens uit de nest. Zo leren ze hoe ze moeten communiceren onder elkaar, met mensen,... door hun moeder. Door te spelen onder elkaar leren ze wanneer ze te ver gaan en wanneer ze moeten stoppen. Ook zijn ze tegen 16 weken volledig gevaccineerd en is hun weerstand goed opgebouwd. De stress van de verhuizing verhoord namelijk de kans op ziektes.
De levensduur van een huiskat komt ongeveer overeen met de andere in de kattenfamilie. Gemiddeld leven ze 11-14 jaar. Na 10 jaar zijn ze bejaard. De oudste kat ooit werd 38 jaar! Er zijn wel veel dingen die de levensduur kunnen beïnvloeden.
De volgende stoffen kunnen schadelijk of zelfs dodelijk zijn voor katten:
De volgende ziektes of virussen komen vaak voor bij katten of specifiek alleen bij katten:
Er word wel eens gezegd dat als je een zwarte kat ziet, dat het ongeluk op je afkomt. Als die kat naar je toe komt zou het juist geluk brengen. Dit word geloofd in streken van Europe en Amerika In Engeland brengt een zwarte kat geluk en een witte ongeluk. In China is de zwarte kat ook teken van ongeluk. Daar is ze meer als een waarschuwing, zodat men extra oplet. Daardoor is de zwarte kat op sommige plekken zelfs in gevaar, dat mensen hen weg willen.